Sangiovese

Sangiovese is een druivensoort die in warme regio's wordt gecultiveerd. Bij te koude temperaturen wordt de druif zuur. De oorsprong van deze druivensoort ligt in Chianti, nabij Toscane. Deze druivensoort wordt omschreven als bitter, zuur en kruidig van smaak en past bij vele gerechten, met nadruk op pastagerechten.

Oorsprong: Chianti en kleine delen van Argentinië en Australië.

Smaak: Bitter, zuur, zwarte bessen, zure kersen, gekruid en tabaksaroma.

Oorsprong van Sangiovese

Sangiovese werd voor het eerst gecultiveerd in Chianti, nabij Toscane, Italië. Sangiovese druiven groeien het best op een ondergrond van kalksteen. Er was voor het eerst sprake van Sangiovese in de 16e eeuw. Sangiovese is een kruising tussen de minder bekende Calabrese Montenuovo en Ciliegiolo druif.

Smaak van Sangiovese

De optimale omstandigheden voor het kweken van Sangiovese druiven zijn zon en veel warmte. Wanneer deze druifsoort in een te koude regio wordt geteeld, krijgen de druiven een onaangename zure smaak. Sangiovese wijn is op zijn best wanneer deze binnen de 5 jaar gedronken wordt, zo behoudt hij zijn jonge smaak. Hoe langer men Sangiovese wijn bewaart, des te bitter deze wordt.

Sangiovese en voedsel

Door de hoge zuurtegraad en weinige alcohol die Sangiovese wijn bezit is deze een zeer voedselvriendelijke wijn. Er is dan ook niet echt een voorkeur voor een bepaald type voedsel. Deze wijn kan je met bijna alle gerechten probleemloos serveren. In de Italiaanse keuken wordt deze wijn vaak gebruikt bij pizza- en pastagerechten. Voor vleesgerechten is deze wijn ook uitstekend geschikt daar hij de smaak van het vlees lichtjes accentueert.

Belangrijkste druivensoorten voor rode wijn: Cabernet Sauvignon, Pinot Noir, Merlot en Syrah.